maandag 6 oktober 2008


ENGELENTROMPET

NACHTSCHADE # 6


Deze plant schaar ik maar niet meer tot de planten uit de serie die ik aantrof in de eigenlijke heemtuin van het Begijnhofje maar ik trof em wel elders aan in het hofje. Hij stond buiten in een grote kuip tussen het kapelletje achteraan het hofje en de nog steeds bewoonde kleine huisjes.

Ik had meteen al het gevoel dat het ook een plant uit de Nachtschade familie was en deed me in de verte denken aan Doornappel (geslacht Datura). Het is een enorme plant die wel 2 meter hoog is.

Ik herinnerde me plots dat ik em ook had zien staan als kuipplant van de buren van mijn zus vrij hoog op een flat, dus heb ik maar eens navraag gedaan en mijn zus kwam op de proppen met de naam Engelentrompet en daar vervolgens maar eens gaan goegelen en wat blijkt ? Het is inderdaad een Nachtschade en sterker nog; vroeger werd ie inderdaad tot het Datura geslacht gerekend maar sinds enkele decennia is er een nieuw Nachtschade geslacht voor verzonnen, n.l. Brugmansia en er bestaan vele soorten van. Het geslacht is vernoemd naar de van origine Friese arts en natuurwetenschapper uit de 18e eeuw Sebald Justinus Brugmans.

Het geslacht komt van origine uit het Andesgebergte in Zuid Amerika waar ie door de autochtone indianen gebruikt werd als hallucigene plant, en die ook zoals zoveel Nachtschade-achtigen, flink giftig is. De bloemen zijn zeer geurig naar het schijnt nogal zoet en vollop geurend vlak na zonsopgang en voor zonsondergang. Aan die bloemen die een trompetvorm hebben en wel 30 centimeter kunnen worden dankt ie ook zijn naam. Al naar gelang de soort is de kleur van de bloemen wit, geel of roze.

De laatste tijd maakt het geslacht een soort comeback als sierplant maar dat was ie ook al in de 17e eeuw op buitenplaatsen waar ie toen ook al in grote kuipen werd gehouden. Omdat ie niet wintervast is werden ze dan 's-winters binnen gehaald in een orangerie.

Het geslacht is in de loop der eeuwen ook verspreid geraakt in Zuid Afrika en Zuidoost Azie. In Maleisie werd ie ook wel Dievenplant genoemd omdat ie ook als bedweldend middel werd gebruikt.

Welke soort dit is (en het zou me ook niet verbazen als er cultivars van bestaan) durf ik niet te zeggen, temeer daar de plant op deze foto nog niet bloeit al kunnen ze in theorie (ook in Nederland) zeer langdurig bloeien als ze voldoende zon en water krijgen. De exemplaren op deze foto hebben nog maar net knoppen bovenin de stengels. (Of zouden het juist de zaden zijn ?)

Het zijn vaste planten die als ze wat ouder worden zelfs houtachtig zijn. Je schijnt ze super gemakkelijk te kunnen stekken, en ook zaaien maar in dat laatste geval gaan ze pas in het 2e jaar bloeien.


Op de blog van deze 2 mensen beweren ze als hobby 70 soorten te hebben. Latijns-wetenschappelijke namen staan er niet bij, maar in plaats daarvan veelal Engelse namen. Ik vermoed daarom dat het vooral cultivars (rassen en kruisingen) zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten